Bijna 30 jongeren van toen hebben verteld over hoe hun leven is verlopen. Over hun jeugd en opvoeding, over werk en relaties, over vrije tijd en over criminaliteit. In een paar berichten probeer ik enkele ‘rode draden’ uit de verhalen te halen. Vandaag over de betekenis van het buurthuis.
Was het buurthuis meer dan een plek om te hangen?
Voor veel jongeren in de wijk was het buurthuis veel meer dan een ruimte voor activiteiten. Uit hun verhalen blijkt dat jongerenwerk, het buurthuis en de speeltuin een belangrijke sociale functie hadden. Ze boden een plek waar jongeren terechtkonden, elkaar ontmoetten en zich konden ontwikkelen.
Het buurthuis fungeerde voor sommigen als een tweede thuis. Jongeren vonden er aandacht, structuur en veiligheid, juist wanneer die thuis niet altijd vanzelfsprekend waren. Discoavonden, sport, kampen, koken en andere activiteiten gaven ritme aan hun vrije tijd en brachten jongeren uit verschillende straten en groepen met elkaar in contact.
Die betekenis ging verder dan gezelligheid alleen. In het buurthuis leerden jongeren samenwerken, grenzen verkennen en conflicten oplossen. Tegelijkertijd waren er volwassenen aanwezig die toezicht hielden en konden ingrijpen wanneer dat nodig was.
Het beeld is niet alleen positief. Rivaliteit, kattenkwaad en groepsdruk maakten ook deel uit van de werkelijkheid. Ik moet bekennen, van veel kattenkwaad (zoals in het weekend het buurthuis binnendringen, buiten de openingstijden) wist ik niet! Toch was het jongerenwerk van belang: het bood hen de ruimte om te experimenteren, binnen een omgeving met regels, sociale controle en begeleiding.
Daarmee vormden het buurthuis en het jongerenwerk een derde opvoedmilieu naast gezin en school. Voor de ÊÊn betekende dat vooral vriendschap en plezier, voor de ander een belangrijk vangnet. In beide gevallen droegen ze bij aan zelfstandigheid, weerbaarheid en verbondenheid met de wijk.

Geef een reactie